De ambtenaar zal als gevolg van de melding van een vermoeden van een
misstand geen nadelige gevolgen ondervinden voor zijn rechtspositie.
Onder nadelige gevolgen worden in ieder geval verstaan besluiten
tot:
het verlenen van ongevraagd ontslag;
het niet verlengen van een aanstelling voor bepaalde tijd;
het niet omzetten van een aanstelling voor bepaalde tijd in een
vaste aanstelling;
de opgelegde benoeming in een andere functie;
het treffen van disciplinaire maatregelen;
het onthouden van salarisverhoging, incidentele beloning of
toekenning van vergoedingen;
het onthouden van promotiekansen en
het afwijzen van een verlofaanvraag, voor zover deze besluiten
worden genomen vanwege de door de ambtenaar gedane melding van
een vermoeden van een misstand.
Het college draagt er zorg voor dat de melder ook anderszins bij de
uitoefening van zijn functie geen nadelige gevolgen van de melding
ondervindt.
Het bepaalde in lid 1 en 2 van dit artikel geldt ook voor de ambtenaar
die te goeder trouw een vermoeden van een misstand meldt in een andere
organisatie dan die van de gemeente, volgens een bij die organisatie
geldende regeling. De bescherming geldt alleen als de ambtenaar
uit hoofde van zijn functie met die andere organisatie
samenwerkt of heeft samengewerkt;
uit hoofde van zijn functie kennis heeft verkregen van de
vermoede misstand;
het vermoeden van de misstand tijdig bij zijn leidinggevende
heeft gemeld;
zich heeft gehouden aan de afspraken die ter zake van deze
melding met hem zijn gemaakt door het college.