Naar hoofdinhoud
1.. Voor de berekening van de jaarlijkse waarderingssubsidie gelden de volgende grondslagen: a) Een basisbedrag van € 500,- per buitensportvereniging en een basisbedrag van € 1.500,- per binnensportvereniging. b) Een bedrag van € 10,- per jeugdlid en een bedrag van € 5,- per seniorlid voor de beoefening van buitensport. c) Een bedrag van € 25,- per jeugdlid en een bedrag van € 5,- per seniorlid voor de beoefening van binnensport. d) Verenigingen die noodzakelijk structureel gebruik maken van zowel een buitensport- als binnensportaccommodatie komen in aanmerking voor een gemiddelde van de in de artikelen 5.1.a), 5.1.b) en 5.1.c) genoemde bedragen. e) Regionaal werkende organisaties gericht op sport voor gehandicapten komen in aanmerking voor een bijdrage van € 25,- per Drechterlands lid. f) Schaakverenigingen, biljartverenigingen, hengelsportverenigingen, kolfverenigingen, bridgeclubs en zwemclubs komen in aanmerking voor een vaste waarderingssubsidie van € 250,-. 2.. Voor de organisatie van toernooien, wedstrijden of andere sportevenementen worden de volgende eenmalige subsidies beschikbaar gesteld: a) Een bedrag van € 125,- voor de organisatie van een activiteit met een regionale uitstraling. b) Een bedrag van € 250,- voor de organisatie van een activiteit met een provinciale uitstraling. c) Een bedrag van € 500,- voor de organisatie van een activiteit met een landelijke of internationale uitstraling. d) Per jaar wordt per vereniging of onderdeel van een omnivereniging op grond van dit artikellid maximaal één activiteit gesubsidieerd. e) In afwijking op de Algemene Subsidieverordening Drechterland worden de op grond van dit artikel beschikbaar gestelde subsidies direct definitief vastgesteld. Er hoeft na afloop geen inhoudelijk en financieel verslag te worden ingediend. 3.. Het college kan in incidentele gevallen afwijken van een of meerdere bepalingen uit dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel