Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 17

Intrekking of wijziging van vergunning

Onderdeel van Lozingsverordening riolering 1994

1.De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd: indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens blijken te zijn verstrekt; indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist; indien de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen; indien van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijnstelling, binnen of gedurende een redelijke termijn; indien de vergunninghouder of zijn rechtsverkrijgende hiertoe een aanvraag indient; indien de rechtsverkrijgende niet binnen de in artikel 15, tweede lid gestelde termijn van de rechtsovergang schriftelijk kennis heeft gegeven aan burgemeester en wethouders. 2. Een besluit tot intrekking of wijziging op grond van het eerste lid, sub a en b wordt niet genomen dan nadat de waterbeheerder in de gelegenheid is gesteld binnen een door burgemeester en wethouders te bepalen termijn zijn oordeel kenbaar te maken omtrent het voornemen tot het nemen van dit besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel