**1..** Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften als bedoeld in artikel 5, tweede lid en artikel 8, zesde lid al dan niet voor een bepaalde termijn opleggen.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen, spoedeisende gevallen uitgezonderd, voorschriften niet opleggen dan nadat degene aan wie deze voorschriften zullen worden opgelegd in de gelegenheid is gesteld binnen een door burgemeester en wethouders te stellen termijn zijn oordeel hierover kenbaar te maken.
**3..** Alvorens burgemeester en wethouders op grond van artikel 5, tweede lid voorschriften opleggen, stellen zij de waterbeheerder in de gelegenheid hen daarover van advies te dienen.
**4..** Het bepaalde in de artikelen 12, 13, 15 en 17 is van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk IV
Artikel 19
Bepalingen betreffende nadere voorschriften
Onderdeel van Lozingsverordening riolering 1994