**1..** De opsporing van de in artikel 23 strafbaar gestelde feiten is, naast in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren opgedragen aan hen die door burgemeester en wethouders met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft, die in de aanwijzing zijn vermeld.
**2..** De krachtens het eerste lid aangewezen personen leggen in handen van de burgemeester of met machtiging van deze in handen van de chef van het korps, de volgende eed of belofte af: "Ik zweer (beloof) dat ik mijn functie als opsporingsambtenaar met alle ijver en zonder aanzien des persoons zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig. (Dat beloof ik.)".