Voor de toepassing van deze verordening wordt:
onder gemeentelijke riolering mede begrepen het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater;
onder eigendom verstaan een roerende of een onroerende zaak;
onder aansluiting van een eigendom verstaan het leggen door de gemeente van een buisleiding van het in de openbare weg aanwezige afvoerstelsel tot aan het eigendom ten behoeve waarvan de aansluiting geschiedt, ertoe dienende om ten behoeve van een eigendom een directe of indirecte lozing op de gemeentelijke riolering mogelijk te maken.