**1..** Het college ziet van verdere invordering van een niet verwijtbare vordering af indien:
**a..** te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; en
**b..** te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen zonder afzien van verdere invordering niet tot stand zal komen; en
**c..** de vordering tenminste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van schuldeisers van gelijke rang; en
**d..** (een deel van) de vordering niet gedekt wordt door pand of hypotheek.
**2..** Het college ziet van verdere invordering van een verwijtbare vordering af indien voldaan is aan de vereisten van lid 1 en belanghebbende de vijf jaar na het ontstaan van de vordering heeft afgelost naar draagkracht.
Hoofdstuk › § 5
Artikel 14
Afzien van invordering wegens schuldenproblematiek
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, verhaal en invordering