Op de hoofdregel uit artikel 3 bestaan vier uitzonderingen:
het besluit tot terugvordering wordt niet binnen zes maanden na ontvangst van het signaal genomen;
de arbeidsinschakeling wordt door de terugvordering ernstig belemmerd;
het terug te vorderen bedrag is lager dan € 100;
aanwezigheid van een dringende reden.
Het artikel is dwingend geformuleerd (“het college besluit” in plaats van “het college kan besluiten”). Hiermee doet het college recht aan jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (uitzondering 1), biedt zij de zekerheid dat de situatie en bijzondere omstandigheden van de debiteur worden gerespecteerd (uitzonderingen 2 en 4) en kiest zij voor een efficiënte inzet van publieke middelen (uitzondering 3).
Ad 1
Nu terugvordering van bijstand niet langer een plicht is maar een bevoegdheid, geldt ook de zogenaamde zes-maanden-jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). De CRvB stelt dat geen betalingen mogen worden teruggevorderd die gedaan zijn langer dan zes maanden na ontvangst van een signaal waaruit afgeleid had moeten worden dat de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag werd verleend. Trage besluitvorming aan de kant van het college wekt bij de klant het vertrouwen dat er niet tot terugvordering zal worden overgegaan.
Beperking van het begrip “signaal” tot informatie van de klant zelf – zie de definiëring in artikel 1 – betekent dat afzien of matiging van de terugvordering niet van toepassing is als het gaat om een signaal dat niet van de klant zelf afkomstig is en deze dus de inlichtingenplicht schendt. De klant die zelf niet de informatie aan het college verstrekt kan geen beroep doen op het feit dat het college door het uitblijven van een besluit vertrouwen zou hebben gewekt.
Ad 2
In artikel 4 is een relatie gelegd met uitstroombeleid. Het kan gebeuren dat de terugvordering zo’n claim legt op de situatie van de persoon en/of het gezin, dat dit een grote belemmering vormt voor het oppakken van noodzakelijke arbeidsgerichte activiteiten.
Factoren die een rol spelen bij de beoordeling van een dergelijke belemmering zijn:
de aard van de vordering (inbegrepen de mate van verwijtbaarheid);
recidive;
aflossingsgedrag bij eventuele eerdere vorderingen;
inspanningen van de klant zelf om het optreden van de belemmering te voorkomen.
Ten aanzien van niet verwijtbare vordering kent deze bepaling een dwingend karakter.
In het tweede lid van het artikel wordt ten aanzien van verwijtbare vordering de mogelijkheid gecreëerd op deze grond van terugvordering af te zien.
Ad 3
Het begrip “dringende reden” laat zich eigenlijk niet definiëren. De wetgever heeft het begrip bewust niet ingevuld. Ook de rechter geeft slechts sporadisch, en dan ook nog deels, invulling aan het begrip.
De laatste heeft wel gesteld dat het moet gaan om:
gevolgen van de terugvordering voor de klant. Een ernstige situatie die door de terugvordering niet wordt verergerd, levert dus geen dringende reden op;
onaanvaardbare financiële of sociale consequenties.
Zowel de jurisprudentie op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) als de WWB laat zien dat de rechtspraak zeer terughoudend is als het gaat om het vaststellen van de aanwezigheid van een dringende reden.
Ad 4
Op grond van een kosten-baten-afweging wordt ten onrechte betaalde bijstand lager dan € 100, het zogenaamde kruimelbedrag, niet teruggevorderd. Hiermee geven we vervolg aan de opdracht van de raad uit artikel 3 lid 1 van de Handhavingsverordening WWB een bedrag te bepalen waarboven bijstand wordt teruggevorderd (en waaronder dus niet!). In lijn met het 2e lid van hetzelfde artikel worden verwijtbare vorderingen hiervan uitgezonderd. Met de aantekening dat de herhaling van de schending van de inlichtingenplicht hier in opdracht van de raad in afwijking van artikel 1 onder a is gespecificeerd. Herhaling binnen 12 maanden in plaats van herhaling als zodanig. De bepaling omtrent het kruimelbedrag is ook niet van toepassing op de terugvordering van verstrekte voorschotten – dit zijn immers dikwijls kleine bedragen.
Hoofdstuk › § 3
Artikel 4
Afzien van terugvordering
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, verhaal en invordering