Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.10

Verantwoording

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Houten 2008

De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt als volgt plaats: de budgethouder gebruikt het budget uitsluitend voor de geïndiceerde voorziening; de budgethouder overlegt de factuur en het betalingsbewijs van de aanschafwaarde van de voorziening aan de gemeente indien het om een voorziening gaat zoals genoemd in artikel 1.2 onder b, c, d en e van het Besluit; de budgethouder ontvangt een beschikking voor een persoonsgebonden budget voor Hulp bij het huishouden; Binnen een week moet de budgethouder de uitvoeringsovereenkomst en het zorgcontract (zie d) ingevuld en getekend retour zenden. Nadat de gemeente deze twee formulieren heeft ontvangen, gaat zij over tot uitbetaling van het voorschot. de budgethouder sluit een overeenkomst met de zorgverlener indien het om Hulp bij het huishouden gaat en vermeld daarin ten minste de gemaakte afspraken over de levering van zorg, de kwaliteit van de zorg, een overzicht van de dagen of dagdelen waarop wordt gewerkt, het uurtarief, de naam, het adres, woonplaats en BSN-nummer van de zorgverlener en de wijze van betaling. De budgethouder verstrekt deze gegevens via het zorgcontract, dat wordt meegestuurd met de beschikking; de budgethouder is verplicht een administratie bij te houden van de bestedingen uit het persoonsgebonden budget, ten einde verantwoording te kunnen afleggen; Halfjaarlijks moet de budgethouder de urenstaat inleveren bij de gemeente waarop de bestedingen staan. Dit formulier is meegestuurd met de beschikking. Op grond van de belastingwetgeving is de budgethouder verplicht de administratie voor het persoonsgebonden budget zeven jaar te bewaren. de budgethouder mag maximaal 1,5% van het budget met een maximum van € 1.250 vrij besteden. Hiervoor behoeft geen verantwoording te worden afgelegd en dat deel wordt niet gecontroleerd door de gemeente. Wijkt de budgetperiode af van een kalenderjaar (korter of langer) dan worden de percentages en bedragen in evenredigheid aangepast. de budgethouder brengt gedurende de budgetperiode voor de vormen van voorziening, waarvoor het budget is verleend niet tevens een aanspraak op AWBZ tot gelding; de budgethouder deelt de gemeente op haar verzoek of onverwijld uit eigener beweging alle feiten en omstandigheden mee, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op de verstrekking van het persoonsgebonden budget.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel