Deze verordening verstaat onder:
a begraafplaats: de begraafplaatsen Algemene Begraafplaats Holy en Begraafplaats Emaus;
b familiegraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
– het doen begraven en begraven houden van lijken;
– het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
– het doen verstrooien van as;
c algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;
d eigen urnengraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot:
– het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
– het doen verstrooien van as;
e algemeen urnengraf: een graf of tuin bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;
f urnennis: een nis, waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verkregen tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of urnen;
g familienis: een nis, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of urnen, gedurende bepaalde tijd;
h asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
i urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;
j verstrooiingsplaats: een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid, dan wel een plaats waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verleend om as te doen verstrooien.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van begrafenisrechten 2011