**1..** De schriftelijke vragen aan Burgemeester en Wethouders worden kort
en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting
worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of
mondelinge beantwoording wordt verlangd.
**2..** De vragen worden bij de voorzitter van de Raad ingediend. Deze
draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van
de overige leden van de Raad en het College worden gebracht.
**3..** Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.
Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen
kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het College de
vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij aangegeven
wordt de termijn, waarbinnen beantwoording plaats zal vinden. Dit
bericht wordt behandeld als een antwoord.
**4..** De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het College
aan de leden van de Raad medegedeeld.
**5..** De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als
bedoeld in artikel 9 aan de leden van de Raad toegezonden.
**6..** De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen over het door de
burgemeester of door het College gegeven antwoord, tenzij de Raad
anders beslist.
Hoofdstuk IV
Artikel 40
Schriftelijke vragen
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Raad van de gemeente Noordenveld