Deze verordening verstaat onder:
school : een school voor basisonderwijs;
onderwijsgevende : het lid van het onderwijzend personeel, aangesteld aan een van de gemeentelijke scholen;
diensttijd : de totale tijd doorgebracht in dienst van het onderwijs, waarbij een aanstelling voor een bepaald aantal uren per week gelijk geacht wordt aan een aanstelling in volledige dienst, alsmede de tijd gedurende welke:- de onderwijsgevende als dienstplichtige in Nederland se militaire dienst was, dan wel vervangende dienst heeft vervuld als bedoeld in de Wet gewetensbezwaren militaire dienst;- de onderwijsgevende in het genot is geweest van een ontslaguitkering vanwege het ministerie van onderwijs en wetenschappen, het ministerie van landbouw en visserij en/of van de gemeenten, voor zover deze ontslaguitkering werd toegekend in verband met ontslag uit een onderwijsbetrekking;
vaste aanstelling : aanstelling voor onbepaalde tijd;
tijdelijke aanstelling : aanstelling voor bepaalde tijd;
afvloeiing : tussentijds ontslag uit een tijdelijk dienstverband dan wel ontslag uit een vast dienstverband van onderwijsgeven de op grond van opheffing van de school of van een betrekking aan de school of wegens zodanige verande ringen in de inrichting van het onderwijs, dat de werk zaamheden van een of meer onderwijsgevenden over bodig worden;
protocol : een voor de desbetreffende basisschool opgestelde lijst die de onderlinge afvloeflngsvolgorde aangeeft van de onderwijsgevenden die op 1 augustus 1985 als groepsleraar in vaste dienst aan die basisschool zijn verbonden en die op 31 juli 1985 aan een openbare kleuter- of lagere school binnen de gemeente waren verbonden.
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening betreffende afvloeiing van het onderwijzend personeel basisonderwijs