Reclame dient bij voorkeur daar aangebracht te worden, waar het pand specifieke reclamemogelijkheden te bieden heeft, zoals op reclamevelden.
Bij een nieuw te maken winkel- en bedrijfsruimte dient de plaats voor reclame bij voorkeur geïntegreerd te worden in de vormgeving van het gebouw.
Reclameobjecten dienen dicht bij de commerciële functie waar ze bijhoren te worden aangebracht en te worden beperkt tot de ruimte van de voorgevel tussen de begane grond en de eerste verdieping.
Aan panden met het uiterlijk van een winkel wordt uitsluitend toegestaan: één reclame die vlak tegen de gevel
is geplaatst en één uithangbord of lichtbak loodrecht op de gevel. Als het een hoekpand betreft dan wordt afhankelijk van de situatie aan elk van de beide winkelgevels één uithangbord of lichtbak toegestaan.
Het uitzicht op verkeersborden en straatnaamborden mag nooit belemmerd worden door lichtbakken en reclameborden.
Reclames buiten het bouwsilhouet, bijvoorbeeld op daken of dakgoten, zijn niet toegestaan.
Reclames aan zogenaamde “blinde” zijgevels worden alleen toegestaan als de stedenbouwkundige en Architectonische context dit toelaat en indien zij esthetisch bijzonder goed zijn verzorgd, één en ander ter beoordeling van de welstandscommissie
Zonneschermen, luifels en markiezen dienen gevrijwaard te worden van enige vorm van reclame-uitingen.
Borden van aanbouw, te huur en te koop dienen zoveel mogelijk de architectuur van het pand waarop ze worden aangebracht te respecteren en mogen niet langer aanwezig zijn dan zij feitelijk betekenis hebben.
Artikel RICHTLIJNEN OMTRENT DE PLAATS VAN DE RECLAME
Artikel RICHTLIJNEN OMTRENT DE PLAATS VAN DE RECLAME
Onderdeel van Algemene richtlijnen toetsing reclame-aanvragen binnenstad Steenwijk