Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Algemene veiligheidsnormen

Onderdeel van NADERE REGELS OP VOET VAN DE MARKTVERORDENING 2004

1.. In het kader van brandpreventie gelden de volgende regels: electrische gloeilampen dienen zo te worden gemonteerd dat zij niet in aanraking kunnen komen met gemakkelijk brandbare stoffen; losse kabels moeten zich op een hoogte van tenminste 2,5 meter boven de grond bevinden; kabels die in de looppaden op de grond liggen moeten afgedekt worden met afdekmatten, zulks ter goedkeuring van de marktmeester; bij elke gelegenheid waar gebakken of gebraden wordt moet een doelmatig blusapparaat, alsmede een deksel voor afsluiting van de pan(nen) aanwezig zijn, bijvoorbeeld een koolzuursneeuwblusser met een vulling van tenminste 4 kg, of een poederblusser met een vulling van tenminste 6 kg, of een vetbrandblusser van tenminste 6 kg, met een geldig keurmerk, uitgevoerd door een REOB bedrijf (Regeling Erkend Onderhouds Bedrijf); bak- en braad toestellen die op gas werken zijn alleen toegestaan als ze op propaangas of butaangas werken, en moeten bovendien door middel van een speciaal daarvoor geconstrueerde deugdelijke rubberslang met metalen klemmen of koppelingen aan de gasfles(sen) zijn verbonden, en moeten zijn opgesteld op een plaats van onbrandbaar materiaal, dat de warmte slecht geleidt; er mogen geen gasflessen aanwezig zijn, waarvan de goedkeuring niet, of blijkens de in de gasfles ingeponste datum, dan wel het op de fles aangebrachte etiket, niet tijdig heeft plaatsgevonden door een door de Raad van Accreditatie geaccepteerde deskundige of een, ingevolge de EEG- kaderrichtlijn 76/767/EEG, alsmede de daarop berustende bijzondere richtlijnen 84/525/EEG, 84/526/EEG en 84/527/EEG, aangewezen instantie. De beproeving van gasflessen moet periodiek zijn herhaald overeenkomstig termijnen aangegeven in het VLG; gasflessen mogen slechts zijn gevuld met het gas waarvoor zij zijn beproefd en waarvan de naam op de fles is aangebracht; lege of niet in gebruik zijnde gasflessen moeten buiten een kraam of wagen zijn opgesteld; in gebruik zijnde gasflessen moeten op een goed geventileerde plaats zijn opgesteld; emballage of verpakkingsmateriaal mogen niet in of nabij open vuur aanwezig zijn; ballons, met brandbaar gas gevuld, mogen niet aanwezig zijn. 2.. Het gebruik van kook- en bakinstallaties en van verwarmingsapparatuur is alleen toegestaan na voorafgaande toestemming van de marktmeester.

Rechtspraak bij dit artikel