Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 6

Ingangsdatum en tijdvak

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet Werk en Bijstand 2009

1. De maatregel wordt opgelegd over de kalendermaand waarin het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Wanneer de maatregel niet meer ten uitvoer gelegd kan worden over die maand, wordt de maatregel opgelegd met ingang van de eerst volgende kalendermaand. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm. 2. In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende kracht worden opgelegd voor zover de bijstand is beëindigd of de bijstand of de langdurigheidstoeslag nog niet is uitbetaald. 3. Wanneer een maatregel niet binnen de termijnen als bedoeld in het eerste en tweede lid ten uitvoer kan worden gelegd, dan wordt de maatregel opgelegd zodra de belanghebbende alsnog binnen twaalf maanden een beroep doet op bijstand of langdurigheidstoeslag of de uitbetaling daarvan. 4. Een maatregel wordt voor bepaalde tijd opgelegd, met uitzondering van de maatregel als bedoeld in artikel 7, vierde lid. Een maatregel die voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt uiterlijk drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd heroverwogen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel