Het college bepaalt op voordracht van de directeur voor welke functie men noodzakelijk de eigen auto dient te gebruiken.
De vergoeding van reiskosten voor woon-werkverkeer, voor de ambtenaar die een functie vervult waarvoor het gebruik van de eigen auto noodzakelijk is, bedraagt per gereden kilometer en langs de kortste gebruikelijke weg gemeten van de woonplaats naar het dienstgebouw een kilometervergoeding gelijk aan de maximale kilometervergoeding die onbelast mag worden uitbetaald.
Voor de berekening van deze tegemoetkoming worden maximaal 30 kilometers per werkdag in aanmerking genomen.
Bij de berekening van de vergoeding wordt rekening gehouden met het jaarlijks rechtens toekomende vakantieverlof door de tegemoetkoming per maand te vermenigvuldigen met de breuk 11/12e.