De vertrouwenspersoon heeft tot taak:
de opvang van de medewerker met een melding over ongewenste omgangsvormen.
het inwinnen van inlichtingen die noodzakelijk zijn om tot een goed inzicht te komen omtrent de melding en de mogelijkheden om te komen tot een oplossing.
het door middel van een het inschakelen van een derde (leidinggevende dan wel deskundige of bemiddelaar c.q. mediator) trachten tot een oplossing te komen, te weten het stoppen van de ongewenste omgangsvormen.
voor zover nodig en gewenst, de medewerker te verwijzen naar gespecialiseerde hulpverleningsinstanties.
de ondersteuning van de medewerker, op diens/dier verzoek, bij het indienen van een klacht bij de klachtencommissie of een andere instantie en de begeleiding in het traject dat daarop volgt.
het registreren van de aard en omvang van de meldingen.
het gevraagd en ongevraagd adviseren van het college met betrekking tot het beleid inzake ongewenste omgangsvormen.
het signaleren van de behoefte aan voorlichting over ongewenste omgangsvormen en het verzorgen van voorlichting.
het opstellen van een jaarverslag met betrekking tot ongewenste omgangsvormen.