De vertrouwenspersoon is verplicht tot geheimhouding van de hem ter kennis gekomen feiten die de privacy van de medewerker die is geconfronteerd met ongewenste omgangsvormen kunnen schaden.Slechts met uitdrukkelijke toestemming van betrokken medewerker kan hiervan worden afgeweken.Deze plicht tot geheimhouding vervalt niet nadat de vertrouwenspersoon niet meer als zodanig werkzaam is.