De ambtenaar geeft aan welke bronnen hij wil inzetten voor het realiseren van de door hem gekozen bestedingsmogelijkheden.
De volgende bronnen zijn mogelijk:
het salaris, voor zover dat uitgaat boven het wettelijke minimumloon;
de vakantie-uitkering, voor zover die uitgaat boven 8% van het wettelijke minimumjaarloon;
de eindejaarsuitkering, als bedoeld in artikel 3:6 CAR/UWO
de levensloopbijdrage als bedoeld in artikel 6a:7 CAR/UWO;
de vergoeding voor de verkoop van vakantie-uren als bedoeld in artikel 4a:1 CAR/UWO.
Per kalenderjaar kunnen meerdere bronnen tegelijkertijd ingezet worden voor meerdere bestedingsmogelijkheden. Per bestedingsmogelijkheid kunnen echter maximaal twee bronnen worden ingezet.
Alleen zolang een bron in een kalenderjaar nog niet betaalbaar is gesteld kan deze bron worden ingezet voor een bestedingsdoel.
Bij het inzetten van een bron dient op het aanvraagformulier ook de gewenste bestedingsmogelijkheid te worden opgegeven. Zowel het inzetten van een bron als het aanwenden voor een bestedingsmogelijkheid dienen binnen het zelfde kalenderjaar plaats te vinden.