Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 18:1:1:10

Saldering kilometervergoeding bij autonoodzaak

Onderdeel van CAR/UWO

Voor zover fiscaal mogelijk is en de reiskostenvergoeding op grond van de CAR/UWO en UWO-II aan de medewerker fiscaal bovenmatig is, strekt deze reiskostenvergoeding mede tot het vergoeden van reiskosten die op grond van de rechtspositie niet of gedeeltelijk worden vergoed en die de werkgever nog aanvullend kan vergoeden. De periode waarop het bepaalde in het eerste lid van toepassing is kan naar keuze van de ambtenaar worden vastgesteld op een kalendermaand, kalenderkwartaal, half kalenderjaar of een heel kalenderjaar. Bij tussentijdse beëindiging van de dienstbetrekking in de loop van een kalenderjaar dient de na toepassing van het eerste lid verschuldigde loonheffing te worden ingehouden uiterlijk in de kalendermaand volgende op de kalendermaand waarin de dienstbetrekking eindigt. Indien op grond van het tweede lid is gekozen voor een kalenderkwartaal, half kalenderjaar of een heel kalenderjaar worden de vergoedingen genoemd in artikel 15:1:22:12 en in artikel 18:1:1:7 UWO-II geacht te zijn toegekend bij wijze van voorschot. Na afloop van de gekozen periode worden de in het vierde lid bedoelde vergoedingen definitief vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel