Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 18:1:1:5

Terugbetaling vergoeding fiets en met de fiets samenhangende zaken

Onderdeel van CAR/UWO

In het geval de ambtenaar binnen 3 jaar na toekenning van de tegemoetkoming voor de fiets opteert voor een vergoeding samenhangend met een andere vervoerwijze, dan wel indien sprake is van einde dienstverband, dient de ambtenaar de restwaarde van de fiets aan de gemeente te voldoen. De restwaarde van de fiets wordt berekend door de hoogte van de tegemoetkoming te vermenigvuldigen met een breuk waarbij de teller wordt gevormd door het aantal maanden dat resteert van de termijn van 3 jaar; de noemer wordt gevormd door 36. In het geval de ambtenaar de vergoeding voor met de fiets samenhangende zaken reeds bij de vergoeding voor de fiets heeft ontvangen en hij in datzelfde kalenderjaar opteert voor een vergoeding samenhangend met een andere vervoerwijze, alsmede bij uitdiensttreding, dient de vergoeding voor met de fiets samenhangende zaken naar rato te worden terugbetaald. Het terug te betalen bedrag van de vergoeding voor met de fiets samenhangende zaken wordt berekend door de vergoeding te vermenigvuldigen met een breuk waarbij de teller wordt gevormd door het aantal maanden tussen het moment dat men gestopt is met fietsen in het kader van woon-werkverkeer en het einde van het kalenderjaar; de noemer wordt gevormd door het aantal maanden tussen de aanschaf van de fiets en het einde van het kalenderjaar. Verrekening vindt, indien mogelijk, plaats via het salaris.

Rechtspraak bij dit artikel