Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Artikel 11

Onderdeel van Arbeidsovereenkomstenverordening

De overeenkomst dient de volgende afspraken te bevatten: de werkgever verbindt zich, indien zich werkzaamheden voordoen die een beroep op de arbeid van de oproepkracht rechtvaardigen, het verrichten van deze werkzaamheden aan de oproepkracht aan te bieden; de oproepkracht verbindt zich in beginsel de werkzaamheden - na daartoe opgeroepen te zijn - te verrichten; een oproep door de werkgever dient tenminste 24 uur voor de aan¬vang van de feitelijke werkzaamheden aan de oproepkracht kenbaar gemaakt te worden. Daarbij dient de werkgever de omvang van de werkzaamheden zo nauwkeurig mogelijk aan te geven; de werkgever verbindt zich de tijden, waarbinnen de werkzaam¬heden waartoe wordt opgeroepen, mogelijk zijn in de overeenkomst te vermelden; een oproep kan door de werkgever worden afgezegd en door de oproepkracht worden geweigerd, indien de afzegging, respectieve¬lijk de weigering aan de wederpartij kenbaar wordt gemaakt, uiterlijk 12 uur voor de aanvang van de feitelijke werkzaam¬heden. Indien afzegging, respectievelijk weigering plaatsvindt zonder de termijn van 12 uur, zoals bedoeld in de vorige volzin, in acht te nemen, is de werkgever gehouden loon te betalen als ware de werkzaamheden feitelijk vervuld. Indien afzegging respectievelijk weigering door de oproepkracht plaatsvindt, zonder de termijn van 12 uur in acht te nemen, maakt de oproepkracht zich schuldig aan plichtsverzuim; indien gedurende een omschreven periode de oproepkracht niet heeft gewerkt, terwijl de werkgever de oproepkracht tenminste een omschreven aantal malen daartoe heeft opgeroepen, en de oproepkracht alsdan niet verhinderd was werkzaam te zijn wegens ziekte, kan genoemde omstandigheid gelden als ontslaggrond voor de oproepkracht.

Rechtspraak bij dit artikel