Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 2.

Voorwaarden, beperkingen en weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening individuele verstrekkingen Wmo gemeente Zeewolde 2011

1.. Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover: deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied van het voeren van het huishouden, het wonen, het zich verplaatsen in en om de woning, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en het ontmoeten van medemensen en het op basis daarvan aangaan van sociale verbanden, op te heffen of te verminderen; deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst-adequate voorziening kan worden aangemerkt; deze in overwegende mate op het individu is gericht. 2.. Bij het voeren van het huishouden als bedoeld in het vorige lid, onder a, geldt het criterium van langdurige noodzaak niet. 3.. Geen voorziening wordt toegekend: indien deze voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is; indien de aanvrager geen hoofdverblijf heeft in de gemeente Zeewolde; voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen, waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de aanvrager voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt; indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens een aan deze verordening voorafgaande verordening op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning of de Wvg is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen; indien de aanvrager een vreemdeling is, die niet rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet 2000; indien de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van in de woning gebruikte materialen of de slechte staat van onderhoud; voor zover deze betrekking heeft op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; voor zover de aanvrager ter compensatie van zijn beperkingen gebruik kan maken van één of meer andere faciliteiten die hem een adequate oplossing bieden; voor zover op grond van enige andere publiekrechtelijke regeling aanspraak op een voorziening bestaat. 4.. Het college maakt geen gebruik van de bevoegdheid om de gevraagde voorziening op grond van het bepaalde in het derde lid, aanhef en onder d te weigeren, indien het uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven tot het maken van deze kosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel