Naar hoofdinhoud
1.. De stemming geschiedt mondeling. 2.. De voorzitter vraagt de leden bij naam om hun stem uit te brengen. 3.. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid, dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 4.. De leden brengen hun stem uit door het woord “voor”of “tegen” uit te spreken zonder enige toevoeging. 5.. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 6.. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. 7.. Bij staking van stemmen wordt het nemen van een besluit uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslaging kan worden heropend. 8.. Indien de stemmen over hetzelfde voorstel in een volgens lid 7 bepaalde tweede vergadering opnieuw staken, is de stem van de voorzitter beslissend.

Rechtspraak bij dit artikel