Uitgesloten van het recht op een vrijlating is de belanghebbende die:
op het moment dat het recht op bijstand ontstaat, al parttime werkt;
deelneemt aan het traject ‘Direct Werk’;
in het verleden, op grond van de Abw of de WWB, al aanspraak heeft gemaakt op een vrijlating;
inkomsten heeft verzwegen of inkomsten uit illegale activiteiten (‘zwart werk’) heeft (gehad).
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Uitgesloten van het recht op een vrijlating
Onderdeel van Richtlijn vrijlating van inkomsten 2006