**1..** Onder de in artikel 2.1 bedoelde kosten van de voorzieningen worden in elk geval begrepen de geraamde en door of namens burgemeester en wethouders goedgekeurde bedragen van:
de aanneemsom;
de risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen;
het honorarium van de architect en de constructeur, de kosten van het dagelijks toezicht en de aanbestedingskosten;
de verschuldigde omzetbelasting.
**2..** Subsidiabel zijn de kosten van werkzaamheden, voor zover de werkzaamheden:
strekken tot instandhouding van het beschermde gemeentelijk monument en zijn monumentale waarden;
sober en doelmatig zijn;
gericht zijn op maximaal behoud van aanwezig historische materialen en constructies.
**3..** Voor het vaststellen van de subsidiabele instandhoudingkosten worden de beleidsregels van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) inzake instandhouding monumenten als uitgangspunt gehanteerd.
**4..** Subsidiabel zijn de kosten die gericht zijn op het voorkomen van verval of het voorkomen van gevolgschade.
**5..** Subsidiabel zijn de kosten voor werkzaamheden die gericht zijn op vervanging van materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen.
**6..** Niet subsidiabel zijn de kosten voor werkzaamheden die:
gericht zijn op reconstructie, tenzij deze in uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van het college ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn;
voortvloeien uit veranderd gebruik;
zijn gericht op comfortverbetering.
Hoofdstuk II
Artikel 2.2
Subsidiabele kosten
Onderdeel van Subsidieverordening beschermde gemeentelijke monumenten Ooststellingwerf 2010