**1..** Hij die ophoudt wethouder te zijn heeft, tenzij hij zonder
onderbreking weer als zodanig optreedt, met ingang van de dag van
aftreding, voor zover hij alsdan niet de leeftijd van 65 jaar heeft
bereikt, recht op een uitkering op de voet van de volgende
artikelen.
**2..** De raad kan beslissen dat geen uitkering wordt toegekend aan een
gewezen wethouder:a) die zich in vreemde krijgsdienst of in vreemde
overheidsdienst heeft begeven en naar zijn oordeel zich daardoor uit
Nederlands nationaal oogpunt beschouwd onwaardig heeft gedragen;b)
die wegens enig strafbaar feit is veroordeeld waaruit naar zijn
oordeel blijkt dat hij zich uit Nederlands nationaal oogpunt
beschouwd onwaardig heeft gedragen;c) die overeenkomstig artikel X 8
van de Kieswet van het lidmaatschap van de raad vervallen verklaard
is;d) wiens ontslag voorvloeit uit het feit dat hij zich aan
kennelijk wangedrag of grove verwaarlozing van zijn taak heeft
schuldig gemaakt. Onder grove verwaarlozing van zijn taak wordt
begrepen het zonder genoegzame grond weigeren de in artikel 169 van
de Gemeentewet bedoelde inlichtingen aan de raad te
verstrekken.
Afdeling 1
Artikel 1
Het recht op uitkering
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders Ooststellingwerf