**1..** Indien de belanghebbende ten tijde van zijn aftreden als wethouder
de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt en hij in het tijdvak van
twaalf jaren dat direct aan zijn aftreden voorafgaat tenminste tien
jaren wethouder is geweest, wordt de uitkering voortgezet tot het
tijdstip waarop hij de leeftijd van 65 jaar bereikt.
**2..** In bijzondere gevallen kan de raad beslissen dat met inachtneming
van artikel 7, onder b, de uitkering zal worden voortgezet voor een
nader vast te stellen termijn, welke op dezelfde wijze kan worden
verlengd.
Afdeling 1
Artikel 3
Voortzetting van de uitkering
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders Ooststellingwerf