**1..** De wees bedoeld in artikel 32 heeft vanaf de eerste dag van
de maand waarin hij de leeftijd van vijftien jaar heeft
bereikt, recht op een toeslag op zijn volgens de voorgaande
artikelenberekende pensioen ten bedrage van vijftien percent
van dat pensioen, behoudens het bepaalde in het tweede en
derde lid.
**2..** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een
pensioen als daar bedoeld verstaan het pensioen nadat
eventueel hoofdstuk V toepassing heeft gevonden.
**3..** De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt ten hoogste
vijftien percent van f 55.195,00². Dit bedrag wordt telkens
aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel
157, derde lid, van de Algemene pensioenwet politieke
ambtsdragers, overeenkomstig de aanpassing van een bedrag
dat op 1 januari 1985 f 63.200,00 bedroeg.
Hoofdstuk III › Paragraaf 2
Artikel 37
Toeslag op wezenpensioen
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders Ooststellingwerf