Voor die veehouderijen waar dieren worden gehouden waarvoor bij ministeriële regeling niet een geuremissiefactor is vastgesteld worden bij de vergunningverlening op grond van de Wet milieubeheer binnen de bebouwde kom en in categorie 2 gebieden in het buitengebied bij de beoordeling van de geuremissie de volgende criteria overwogen:- geeft het van toepassing zijnde bestemmingsplan ontwikkelingsruimte voor die veehouderij;- is er in het verleden overlast opgetreden blijkende uit klachten uit de omgeving van die veehouderij;- hebben controles op grond van de Wabo van die veehouderij aanleiding gegeven tot handhavend optreden;- zijn er mitigerende maatregelen te treffen, zoals:o verplaatsing van vee vanaf de dichtstbijzijnde geurgevoelige objecten;o zijn lawaaimakende werkzaamheden te voorkomen;o is er geuremissiebeperkende huisvesting mogelijk;- is er sprake van bedrijfsopvolging.