1a Als hoofdregel geldt dat de gemeentelijke draagkrachtregels zoals deze gelden voor aanvragen bijzondere bijstand, ook van toepassing zijn op de regeling Welzijnsbijdrage 2004, met uitzondering van de toepassing van een drempelbedrag.
Als draagkracht wordt aangemerkt: 0% van het inkomen tot 110% van het norminkomen;
35% van het inkomen dat ligt tussen 110% en 125% van het norminkomen;
50% van het inkomen dat ligt tussen 125% en 150% van het norminkomen;
100% van het inkomen dat meer bedraagt dan 150% van het norminkomen.
Voor zover het vermogen de toepasselijke vermogensgrens als genoemd in artikel 34, derde lid Wet werk en bijstand te boven gaat, wordt het meerdere geheel (100%) als draagkracht in aanmerking genomen.
De particuliere oudedagsvoorziening wordt conform de bepalingen van artikel 33 lid 5 WWB vrijgelaten.
Het norminkomen is gelijk aan de bijstandsnorm inclusief vakantiegeld als bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet werk en bijstand. De bijstandsnorm wordt vastgesteld met toepassing van de bepalingen van de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2004 gemeente Gemert-Bakel (Vtv Gemert-Bakel).
Voor de berekening van het inkomen uit of in verband met arbeid, wordt het vakantiegeld in aanmerking genomen overeenkomstig het bepaalde in de Wet werk en bijstand.
Bij de bepaling van de draagkracht wordt rekening gehouden met de draagkracht die in het kader van een aanvraag van bijzondere bijstand is gebruikt met dien verstande dat de kosten betrekking moeten hebben op hetzelfde kalenderjaar.
Bij de vaststelling van het netto inkomen en ten aanzien van het in aanmerking te nemen vermogen worden dezelfde criteria gehanteerd als bij de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand ‘om niet’, en is de maand van indienen van de aanvraag het meetmoment.