Naar hoofdinhoud
De belasting wordt niet geheven ter zake van: voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd; voorwerpen, waarvoor de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond ten algemene nutte, uitgezonderd in de gevallen, bedoeld in nr. III, IV en V van de tarieventabel; het hebben van borden, masten, palen en dergelijke die in verband met de verkiezing van publiekrechtelijke lichamen zijn aangebracht; aan winkels aangebrachte luifels met daaraan bevestigde reclametoestellen, voor zover deze niet buiten de luifels uitsteken; voorwerpen, welke uitsluitend worden gebezigd voor weldadige doeleinden; het hebben van halteborden, wachthuisjes en dergelijke ten dienste van openbare middelen van vervoer; het hebben van een standplaats, waarvoor krachtens een gemeentelijke heffingsverordening marktgelden zijn verschuldigd. het houden van activiteiten, waarvoor een vergunning is vereist op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), worden georganiseerd door plaatselijke groepen, verenigingen en instellingen die werkzaam zijn zonder winstoogmerk en ten algemene nutte, blijkende uit de statuten

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel