Naar hoofdinhoud

Artikel 4

bijlage II Bor

Onderdeel van Beleid omtrent planologische afwijking “Kruimelgevallen”

Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: 1. een bijbehorend bouwwerk: a.binnen de bebouwde kom, b.buiten de bebouwde kom, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, 2°. de oppervlakte niet meer dan 150 m², en 3°. het bouwen niet tot gevolg heeft dat het aansluitend terrein voor meer dan 50% wordt bebouwd dan wel dat de oppervlakte die op grond van het bestemmingsplan of de beheersverordening voor bebouwing in aanmerking komt voor meer dan 50% wordt overschreden; Ad 1. Bijbehorend bouwwerk: Alleen bij woonfuncties: Conform de mogelijkheden geboden in het bestemmingsplan “Aan- en bijgebouwen, wonen en (mantel)zorg”, in werking getreden op 20 november 2008, en verder: Erkers Definitie: de erker moet grotendeels ramen bevatten en / of dienen als kwalitatieve verbetering van een raam en mag niet gebruikt worden als aanbouw, berging, winkelruimte, enz. Alleen toegestaan indien: -op eigen terrein; -minder dan 1,20 m voor de gevel; -smaller dan 2/3 van de gevelbreedte van het pand, dan wel het gevelgedeelte van het pand waarop de aanvraag betrekking heeft, met een maximum van 3 m; -afstand erkers tot zijdelingse erfgrens minimaal 1 m; -niet hoger dan de bouwlaag op begane grond; -niet grenzend aan gebouwhoek of hoek-omgaand; -geen voordeur bevattend. Koekoeken: Definitie: gat in maaiveld ten behoeve van lichttoetreding voor een raam dat geheel of gedeeltelijk onder maaiveld gelegen is. Alleen goedgekeurd indien: -op eigen terrein; -gat inclusief constructie minder dan 1,20 m voor de gevel; -smaller dan 2/3 van de gevelbreedte van het pand, dan wel het gevelgedeelte van het pand waarop de aanvraag betrekking heeft, met een maximum van 3 m; -niet grenzen aan gebouwhoek of hoek-omgaand; -niet voor gebruik als toegang tot de onder maaiveld gelegen bouwlaag; -eventuele valbescherming: vlak-liggend; geen opstaand hekwerk. 2. een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, onder a, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemd eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a.niet hoger dan 5 m, en b.de oppervlakte niet meer dan 50 m²; Ad 2. Niet toegestaan. 3. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a.niet hoger dan 10 m, en b.de oppervlakte niet meer dan 50 m²; Ad 3. Erfscheidingen: -Alleen indien stedenbouwkundig aanvaardbaar. Hekwerken bij scholen en bedrijven: Alleen toegestaan indien: -bij scholen niet gelegen in groen/park-gebied -bij bedrijven: niet gelegen in woonomgeving of groen/park-gebied -het hekwerk transparant is -indien aan straatzijde, maximaal 2 m, elders maximaal 2,50 m hoog. Vlaggenmasten: Alleen toegestaan indien: -niet gelegen in woonomgeving of groen/park-gebied -maximaal drie vlaggemasten per perceel -minimaal 1,50 m uit de erfgrens -maximale hoogte 6,00 m -minimale onderlinge afstand 25 m Reclame-uitingen: -Alleen indien stedenbouwkundig aanvaardbaar. Trappetjes souterrain: Alleen toegestaan indien: -bij woningen -op eigen terrein -constructie minimaal 3 m uit de erfgrens grenzend aan de straatzijde -breedte trapgat maximaal 1,50 m 4. een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw; Ad 4. Alleen indien stedenbouwkundig aanvaardbaar. 5. een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m; Ad 5. Alleen indien stedenbouwkundig aanvaardbaar. 6. een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998; Ad 6. Toegestaan. 7. een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichts-procenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen; Ad 7. Toegestaan. 8. het gebruiken van gronden of bouwwerken ten behoeve van evenementen met een maximum van drie per jaar en een duur van ten hoogste vijftien dagen per evenement, het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder begrepen; Ad 8. Alleen toegestaan in openbaar gebied. 9. het gebruiken van bouwwerken, al dan niet in samenhang met inpandige bouwactiviteiten, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a.binnen de bebouwde kom, en b.de oppervlakte niet meer dan 1500 m²; Ad 9. Alleen indien stedenbouwkundig aanvaardbaar. 10. het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a.de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Woningwet aan een bestaande woning gestelde eisen; b.de bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieu-beheer, de Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden, c.de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, end. de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was. Ad 10. Niet toegestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel