Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Marktverordening voor de gemeente Noordenveld 2002

a.. marktterrein: de gehele openbare of voor het publiek toegankelijke oppervlakte grond, die door het College is aangewezen voor het uitoefenen van de handel op de weekmarkt b.. standplaats: de ruimte die voor de duur van de weekmarkt op het marktterrein is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel c.. vaste plaats: de standplaats die op een weekmarkt voor onbepaalde tijd ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder d.. dagplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste plaats is toegewezen dan wel ingenomen e.. standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt, over het door hem te verkopen artikel aan aansprekende uiteenzetting houdt en tenslotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop van dat artikel te bewegen f.. standwerkplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld om te standwerken g.. vergunninghouder: degene aan wie door het College van Burgemeester en Wethouders vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats h.. wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste plaats i.. anciënniteitlijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste plaats j.. marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het College van Burgemeester en Wethouders k.. branche-indeling: de indeling in artikelengroepen en het aantal vastgestelde vaste plaatsen per artikelengroep l.. levenspartner: de persoon met wie de vergunninghouder met het oogmerk duurzaam samen te wonen een gemeenschappelijke huishouding voert, hetgeen blijkt uit een schriftelijke verklaring ingericht volgens door het College te stellen regels

Rechtspraak bij dit artikel