Naar hoofdinhoud
1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: de commissie: de in CAR, deel I, hoofdstuk 12:2 bedoelde commissie voor georgani­seerd overleg; de ambtenaren: de ambtenaren in de zin van de collectieve arbeidsvoorwaardenrege­ling en de werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst; de organisatie: de plaatselijk werkende groeperingen van de landelijke verenigingen van overheidspersoneel, aangesloten bij de centrales welke zijn toegelaten tot het cen­traal overleg met het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. 2. Er is een commissie voor georganiseerd overleg, die is samengesteld uit een vertegen­woordiging van het gemeentebestuur en een vertegenwoordiging van de toegelaten organi­saties. 3. Onder toegelaten organisaties worden verstaan de Algemene centrale van overheidsperso­neel (ACOP), de Christelijke Centrale van overheids- en onderwijzend personeel (CCOOP), het ambtenarencentrum (AC) en de Centrale van middelbare en hogere functionarissen (CMHF) bij de overheid, dan wel een van de bij deze centrales aangesloten bonden, voor­zover deze centrales of bonden voldoende representatief geacht kunnen worden. 4. Indien reeds voor 1 april 1993 andere organisaties dan bedoeld in het derde lid zijn toege­laten tot het georganiseerd overleg, blijven ook deze organisaties toegelaten. 5. Andere organisaties dan bedoeld in het derde en vierde lid kunnen toegelaten worden, in­dien zij representatief geacht worden. Een betreffend verzoek wordt in het georganiseerd overleg besproken. 6. Organisaties die tot het georganiseerd overleg zijn toegelaten, verliezen hun toegang tot dit overleg zodra zij niet meer voldoende representatief geacht worden als bedoeld in artikel 2 van deze verordening.

Rechtspraak bij dit artikel