Naar hoofdinhoud
1. De subsidie-ontvanger kan gedeputeerde staten uiterlijk 13 weken voor de in artikel 8, tweede lid bedoelde datum verzoeken om het subsidiebedrag in andere termijnen terug te betalen. 2. De subsidie-ontvanger kan gedeputeerde staten met ingang van 1 januari van het vierde jaar volgende op de datum van vaststelling van de subsidie jaarlijks deugdelijk gemotiveerd verzoeken om ontheffing te verlenen van de verplichting genoemd in artikel 8, tweede lid. 3. De ontheffing, bedoeld in het tweede lid, kan worden verleend indien: het marktperspectief voor aardgas als vervoersbrandstof is verdwenen; terugbetaling door bijzondere omstandigheden niet mogelijk is. 4. Gedeputeerde staten kunnen bepalen dat bij het verzoek om ontheffing als bedoeld   in het tweede lid een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en het vigerende controleprotocol voor de accountantscontrole  bij door de provincie Utrecht gesubsidieerde instellingen wordt overgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel