**1.** Het college kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, een onroerend object of een groenelement aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument dan wel als beschermd gemeentelijk groenmonument.
**2.** Voordat het college over de aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument of gemeentelijk groenmonument een besluit neemt wordt:- de eigenaar van het monument in kennis gesteld van het voornemen tot aanwijzing;- een redengevende beschrijving opgesteld waaruit de monumentale waarde van het monument blijkt;- de omvang van de bescherming vastgesteld, waaruit blijkt welke objecten beschermd zijn;- advies gevraagd aan de monumentencommissie.
**3.** Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een monument als beschermd gemeentelijk monument of als gemeentelijk groenmonument bepalen dat (bouw)historisch onderzoek wordt verricht.
**4.** Voordat het college een kerkelijk monument aanwijst, voert zij overleg met de eigenaar.
**5.** Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument of gemeentelijk groenmonument ontvangt tot het moment dat de registratie als bedoeld in artikel 6 lid 1 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 9 tot en met 12 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.
**6.** De aanwijzing kan geen monument betreffen dat reeds als zodanig is aangewezen op grond van de Monumentenwet 1988 of provincie. Wanneer een gemeentelijk monument of gemeentelijk groenmonument wordt aangewezen als beschermd provinciaal monument of beschermd rijksmonument, dan wordt dit monument binnen 8 weken door het college afgevoerd van de lijst van beschermde gemeentelijke monumenten dan wel van de lijst van beschermde gemeentelijke groenmonumenten.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument of gemeentelijk groenmonument
Onderdeel van Monumentenverordening Heeze-Leende 2007