Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 11

Weigeringsgronden

Onderdeel van Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten Heeze-Leende 2008

1. Overeenkomstig de in artikel 4:35 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen wordt geen subsidie verleend indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de restauratie of onderhoudsactiviteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden. 2. Overeenkomstig de in artikel 4:35 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen kan subsidieverlening voorts worden geweigerd indien de aanvrager: in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend. 3. Naast de in lid 1 en 2 van dit artikel genoemde gevallen wordt de subsidie eveneens geweigerd indien; met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat een besluit tot verlening op de aanvraag is genomen; de kosten van restauratie voortvloeien uit schade waartegen verzekering mogelijk is; voor de te treffen voorzieningen een monumentenvergunning is vereist en deze nog niet is verleend dan wel aangehouden en geen uitzicht is op een positief besluit; met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend; de kosten van de voorzieningen niet in redelijke verhouding staan tot het te bereiken resultaat; voor het onderhoud zoals beschreven in artikel 2, lid 5, sub a t/m k, binnen een voor die voorzieningen normaal gangbare termijn reeds subsidie is verleend. 4. In bijzondere gevallen kan het college afwijken van het bepaalde in het derde lid onder a en f van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel