Indien uit het in artikel 4, eerste lid, bedoelde plan blijkt dat er sprake is van
verlies van oppervlakte aan natuur,
aantasting van de kwaliteit van natuur en/of
verlies of aantasting van biotopen voor aandachtssoorten,
zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders, stellen burgemeester en wethouders de compensatie vast met inachtneming van de volgende criteria:
als natuurwaarden binnen 25 jaren vervangen kunnen worden, dient 100% van de oppervlakte gecompenseerd te worden en 50% financiële toeslag voor het verlies van kwaliteit (ten behoeve van het aanloopbeheer);
als natuurwaarden binnen een periode van 25 tot 100 jaren vervangen kunnen worden, dient 100% van de oppervlakte gecompenseerd te worden en 100% financiële toeslag voor het verlies van kwaliteit (ten behoeve van het aanloopbeheer);
als natuurwaarden niet binnen een periode van 100 jaren vervangen kunnen worden, is compensatie slechts in zeer uitzonderlijke situaties mogelijk. Dan geldt naast een compensatie van 100% voor het verlies van de oppervlakte een financiële toeslag van 200% voor het verlies van kwaliteit.
Artikel 5, tweede lid, van deze verordening is van overeenkomstige toepassing.