Voordat het college het programma en het overzicht
vaststelt, worden de bevoegde gezagsorganen in een
overleg, dat gehouden wordt voor 15 oktober, in de
gelegenheid gesteld hun zienswijze over de
voorgenomen inhoud van dat voorstel naar voren te
brengen.
De bevoegde gezagsorganen worden ten minste twee
weken voor de door het college vastgestelde datum
schriftelijk in kennis gesteld van het tijdstip van
het overleg en de voorgenomen inhoud van het
voorstel. Zij worden hierbij tevens in kennis
gesteld van de voorgenomen inhoud van het
voorstel.
De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het
overleg als bedoeld in het eerste lid, kunnen vóór
de in het tweede lid bedoelde datum hun zienswijze
schriftelijk kenbaar maken aan het college. Het
college stelt de deelnemers aan het overleg hiervan
in kennis.
Het college maakt een verslag van de in het overleg
door de bevoegde gezagsorganen naar voren gebrachte
zienswijzen, van de tijdig ingediende, schriftelijk
kenbaar gemaakte zienswijzen en van de reactie van
het college op deze zienswijzen. Het verslag wordt
toegezonden aan alle bevoegde gezagsorganen.
Een bevoegd gezag of college dat advies wenst van de
Onderwijsraad over het voorstel met betrekking tot
de voorgenomen inhoud van het programma, in relatie
tot de vrijheid van richting en de vrijheid van
inrichting, maakt dit kenbaar tijdens het overleg
als bedoeld in het eerste lid. Dit gebeurt aan de
hand van een schriftelijk gemotiveerde omschrijving
van de onderwerpen waarover het advies van de
Onderwijsraad wordt verwacht. Hierbij wordt tevens
het verband aangegeven tussen deze onderwerpen en de
vrijheid van richting en de vrijheid van
inrichting.
De bevoegde gezagsorganen en het college worden
tijdens het overleg in de gelegenheid gesteld hun
zienswijzen naar voren te brengen over een verzoek
om advies van de Onderwijsraad. Het schriftelijke
verzoek om advies en de daarover naar voren
gebrachte zienswijzen maken deel uit van het verslag
van het overleg als bedoeld in het vierde lid.
Het college is belast met de indiening van een
verzoek om advies bij de Onderwijsraad. Daarbij
zorgt het ervoor dat de Onderwijsraad alle stukken
ontvangt die nodig zijn voor de beoordeling van het
verzoek, waaronder het schriftelijk verslag van het
overleg.
Een afschrift van het door de Onderwijsraad
uitgebrachte advies wordt zo spoedig mogelijk door
het college toegezonden aan de bevoegde
gezagsorganen. Indien het geheel of gedeeltelijk
opvolgen van het advies van de Onderwijsraad zou
leiden tot een of meer inhoudelijke bijstellingen
van de voorgenomen inhoud van het programma, dan
worden de bevoegde gezagsorganen door het college
bij de toezending van het afschrift van het advies
uitgenodigd voor een nader overleg. In alle andere
gevallen beoordeelt het college of nader bestuurlijk
overleg over het advies van de Onderwijsraad
noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij de
toezending van het afschrift van het advies van de
Onderwijsraad.
Het nader overleg als bedoeld in het vorige lid
vindt binnen twee weken plaats na toezending van het
advies van de Onderwijsraad aan de bevoegde
gezagsorganen. Het college maakt van dit overleg een
verslag en voegt dit toe aan het verslag als bedoeld
in het vierde lid.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 10
Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs