Nadat de overeenstemming als bedoeld in artikel 15,
derde lid is bereikt en voorafgaand aan het verlenen
van een bouwopdracht, dient de aanvrager met
inachtneming van de hierover gemaakte afspraken, de
bouwplannen, de desbetreffende begroting en een
aanduiding van het tijdstip waarop de bekostiging
een aanvang dient te nemen, ter instemming in bij
het college.
Het college beslist binnen vier weken, tenzij
anders wordt overeengekomen, over de instemming met
de bouwplannen, de desbetreffende begroting en het
tijdstip waarop de bekostiging een aanvang
neemt.
Het college deelt de beslissing over het bouwplan,
de desbetreffende begroting en het tijdstip waarop
de bekostiging een aanvang neemt, binnen twee weken
na de datum van de beslissing schriftelijk mee aan
de aanvrager.
Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid
stelt het college eveneens vast of de feiten en
omstandigheden waarin de school verkeert ten
opzichte van de feiten en omstandigheden ten tijde
van de vaststelling van het programma, al dan niet
ingrijpend zijn gewijzigd. Bij een naar oordeel van
het college ingrijpende wijziging van de feiten en
omstandigheden kan het college besluiten de
voorziening alsnog niet voor bekostiging in
aanmerking te laten komen.
De instemming met de bouwplannen, de instemming met
de begroting, de toetsing of voldaan wordt aan de
bij of krachtens de wet gestelde voorschriften en de
toetsing of er sprake is van nieuwe feiten en
omstandigheden kunnen achterwege blijven, als dat
naar het oordeel van het college niet noodzakelijk
is gezien de inhoud van de in het programma
opgenomen voorziening. Het college doet hiervan
mededeling aan de aanvrager in het overleg als
bedoeld in artikel 15.
De indiening van de in het eerste en het tweede lid
bedoelde begroting blijft achterwege indien het de
uitvoering betreft van een voorziening als bedoeld
in artikel 4, derde lid, laatste volzin. De
beslissing van het college als bedoeld in het tweede
lid betreft dan uitsluitend de beoordeling van het
bouwplan.
Nadat het college het bouwplan van een voorziening
als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin
heeft ingestemd, overlegt de aanvrager met
inachtneming van de hierover gemaakte afspraken als
bedoeld in artikel 15, tweede lid, aan het college
de aan de aanvrager uitgebrachte offertes voor de
uitvoering van de voorziening. Het college beslist
over het bedrag dat definitief beschikbaar wordt
gesteld voor de uitvoering van de voorziening en
over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang
kan nemen. De aanvrager wordt hiervan schriftelijk
in kennis gesteld. Voor de vaststelling van het
definitieve bedrag is de offerte met de laagste
prijsstelling bepalend, tenzij het college op
gemotiveerd verzoek van het schoolbestuur anders
beslist.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 16
Instemming bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang bekostiging; toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden; overlegging offertes
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs