Het college kan overgaan tot vordering van een gedeelte van
een gebouw of terrein, bestemd voor een school, indien:
er sprake is van een tekort aan
huisvestingscapaciteit bij een school berekend
volgens het gestelde in bijlage III, delen A en B en
het bevoegd gezag van die school een aanvraag als
bedoeld in artikel 6 of 19 voor medegebruik of
uitbreiding heeft ingediend;
het bevoegd gezag van een school een aanvraag voor
een andere huisvestingsvoorziening heeft ingediend
en door medegebruik aan de behoefte aan huisvesting
kan worden voorzien;
er sprake is van een tekort aan
huisvestingscapaciteit bij een andere school of een
instelling als bedoeld in de Wet educatie en
beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de
voor die school of instelling gangbare
berekeningswijze;
er sprake is van leegstand in een lesgebouw van een
school;
er sprake is van leegstand in gymnastiekruimte van
een school.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1
Artikel 29
Aanduiding omstandigheden
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs