Het college gaat niet over tot vordering ten behoeve
van medegebruik indien het bevoegd gezag de
leegstand van het gebouw waarin het beoogde
medegebruik dient plaats te vinden in gebruik heeft
gegeven aan een andere school of scholen ten behoeve
van het onderwijs aan die school of scholen.
Het gestelde in het eerste lid is niet van
toepassing indien het gebruik van die andere school
of scholen kan plaatsvinden in de aan die scholen
reeds ter beschikking staande
huisvestingscapaciteit.
Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand
voordoet wordt:
als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw dat
in gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd
gezag, tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het
vorderen van leegstand in een ander gebouw een
betere oplossing biedt;
vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw
waarin een school van dezelfde richting is
gehuisvest en
vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat
het dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van de
school ten behoeve waarvan de vordering
plaatsvindt.
Het college kan, indien de bij de vordering
betrokken bevoegde gezagsorganen daarmee instemmen,
in een individueel geval van de in het derde lid
opgenomen volgorde afwijken
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1
Artikel 31
Nalaten vordering; volgorde van vorderen
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs