Alvorens over te gaan tot vordering voert het
college overleg met het bevoegd gezag.
In dat overleg komt in ieder geval aan de orde:
voor welke activiteit of activiteiten gevorderd
wordt;
of die activiteit of activiteiten zich verdragen met
het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde
school;
welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om te
voorkomen dat het onderwijs aan de in het gebouw
gevestigde school hinder van het medegebruik
ondervindt;
wat naar de mening van het college en het bevoegd
gezag een redelijke vergoeding voor het medegebruik
is;
de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs een
aanvang kan nemen.
Binnen vier weken na afloop van
het overleg, als bedoeld in het eerste lid, doet het
college schriftelijk mededeling van de vordering tot
medegebruik aan het bevoegd gezag. Indien het
overleg heeft geleid tot afspraken, bevat de
mededeling in ieder geval die afspraken. Voor zo ver
het overleg niet tot overeenstemming heeft geleid,
bevat de mededeling de beslissing van het college
over deze punten. Indien het bevoegd gezag in het
overleg te kennen geeft geen bezwaar te hebben tegen
de vordering, kan van de schriftelijke mededeling
als hier bedoeld worden afgezien.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2
Artikel 35
Overleg en mededeling
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs