1.De gemeenteraad stelt, ter bescherming van een gemeentelijk
landschapsmonument een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet op de
Ruimtelijke Ordening.
1 Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd gemeentelijk
landschapsmonument wordt door het college van burgemeester en wethouders
bepaald in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend
bestemmingplan in de zin van het eerste lid kunnen worden
aangemerkt.
Alvorens het college van burgemeester en wethouders de
gemeenteraad ter zake een voorstel doen, wordt de monumentenraad
gehoord.
De monumentenraad adviseert schriftelijk binnen acht weken na
ontvangst van het verzoek van het college van burgemeester en
wethouders.