1.Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge
van:
a de weigering van het college van burgemeester en wethouders een
vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk
monument te verlenen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze
verordening en artikel 18 lid 1;
voorschriften door het college van burgemeester en wethouders
verbonden aan een vergunning tot wijziging, afbraak of
verwijdering van een gemeentelijk monument; schade lijdt of zal
lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijner laste
behoort te blijven, kent de gemeenteraad hem op zijn aanvraag
een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen
van de verordening ter regeling van de procedure bij
toepassing van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke
Ordening van overeenkomstige toepassing.