De bevoegdheden ingevolge de artikelen2:1, tweede lid;26:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn waarbinnen het verzuim inde zin van niet voldoen aan de vereisten als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kanworden hersteld;6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door decommissie;7:4, tweede lid;7:6, vierde lid;7:18, tweede en zesde lid, en7:20, vierde lid, van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 7
Uitoefening bevoegdheden
Onderdeel van Verordening inzake de behandeling van bezwaar- en beroepschriften