Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 3

Artikel 4.3.1.

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Brunssum

1.. In deze afdeling wordt verstaan onder: boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan 20 cm dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven maaiveld; houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint-)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen; hakhout: één of meer bomen (of boomvormers) die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet; boomwaarde: het getal dat wordt gevonden door het produkt van de factoren: het aantal cm2 van de dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven het maaiveld; de eenheidsprijs per cm2; de standplaatswaarde; de conditiewaarde; de waarde van de plantwijze. Het college kan bij de toepassing van de boomwaarde tevens naar redelijkheid en billijkheid besluiten. 2.. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadigingen of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel