Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Bezwaar tegen de belastingaanslag

Onderdeel van Beleidsregels kostenvergoeding fiscale procedures

1. Voor toepassing van de wegingsfactoren, genoemd in onderdeel C.1. van de bijlage bij het Bpb, wordt een zaak aangemerkt als: zeer licht (wegingsfactor 0,25) indien de inspanning van de beroepsmatige derde en bewerkelijkheid van de zaak van geringe omvang te achten is, zoals, maar niet uitsluitend: de tenaamstelling van het aanslagbiljet; het al dan niet eigenaar of gebruiker zijn van een pand; het al dan niet hebben van een rioolaansluiting; de te hanteren grondslag voor toepassing van de rioolheffing of afvalstoffenheffing; het ter beschikking houden van een woning in het kader van de woonforensenbelasting; het al dan niet hebben van voorwerpen in, op, of boven gemeentegrond in het kader van de heffing van precariobelasting; het aantal belastbare overnachtingen in het kader van de toeristenbelasting; de hoogte van de bouwsom in het kader van de heffing van leges; een onjuiste grondslag voor heffing van de grafrechten, marktgelden, parkeergelden, hondenbelasting of leges, niet zijnde bouwleges; een administratief beroep inzake kwijtschelding, een bezwaar tegen de in rekening gebrachte invorderingskosten, of een bezwaar inzake invorderingsrente. 2. In alle overige gevallen wordt voor de toepassing van de wegingsfactoren, genoemd in onderdeel C.1. van de bijlage bij het BPB, een zaak aangemerkt als: zeer licht (wegingsfactor 0,25), als in geschil is een belastingbedrag van € 1 of meer, maar minder dan € 500 of de complexiteit als zeer laag is aan te merken; licht (wegingsfactor 0,5), als in geschil is een belastingbedrag van € 500 of meer, maar minder dan € 1000 of de complexiteit als laag is aan te merken; gemiddeld (wegingsfactor 1), als in geschil is een belastingbedrag van € 1000 of meer, maar minder dan € 7000 of de complexiteit als gemiddeld is aan te merken; zwaar (wegingsfactor 1,5), als in geschil is een belastingbedrag van € 7000 of meer, maar minder dan € 23.000 en de complexiteit als meer dan gemiddeld is aan te merken; zeer zwaar (wegingsfactor 2), als in geschil is een belastingbedrag van € 23.000 of meer, of de complexiteit als hoog is aan te merken. 3. Samenhangende zaken, waarbij sprake is van nagenoeg gelijktijdige indiening, nagenoeg identieke besluiten, nagenoeg vergelijkbare gronden, door dezelfde persoon of ‘beroepsmatige derde’ ingediend, worden voor de bepaling van de vergoeding als één zaak aangemerkt.

Rechtspraak bij dit artikel