Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 8

Werkwijze

Onderdeel van Verordening tot het instellen van de WMO-adviesraad Gemert-Bakel

1.. De in dit artikel beschreven werkwijze is gebaseerd op de adviesfunctie van de WMO-adviesraad. Deze werkwijze laat echter voldoende ruimte om ook de coproducerende functie vorm te geven; 2.. In het kader van burgerparticipatie vraagt het college de WMO-adviesraad om advies (reactieve beleidsvorming) over het gemeentelijk WMO-beleid; 3.. De WMO-adviesraad is ook gerechtigd uit eigen beweging advies uit te brengen aan het college (pro-actieve beleidsvorming); 4.. In het geval het college in een voorstel aan de gemeenteraad afwijkt van het advies van de WMO-adviesraad, wordt dit bij het voorstel vermeld, waarbij tevens is aangegeven op welke gronden van het advies van de WMO-adviesraad is afgeweken. De adviezen van de WMO-adviesraad worden toegevoegd aan het beleidsvoorstel richting gemeenteraad; 5.. De gemeenteraad neemt geen WMO-beleidsstukken zoals afgesproken in de werkagenda genoemd in artikel 10 in behandeling, indien deze niet zijn voorzien van een advies van de WMO-adviesraad of van een aantekening ‘gezien door de WMO-adviesraad’ genoteerd door de voorzitter van de WMO-adviesraad of zijn plaatsvervanger; 6.. De gemeente wijst één of meer vaste ambtelijke aanspreekpunten aan voor de communicatie met de WMO-adviesraad Gemert-Bakel; 7.. Elk WMO-beleidsstuk waarover de WMO-adviesraad een advies moet uitbrengen, is standaard voorzien van een samenvatting, opgesteld door de verantwoordelijke gemeenteambtenaar; 8.. Tussen de verantwoordelijke wethouder en het Dagelijks Bestuur van de WMO-adviesraad vindt minimaal vier maal per jaar een overleg plaats of zoveel als beide partijen dat nodig achten;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel